DE NIEUWE BRABANDER
N-VA wil het ziektebriefje vanaf dag één opnieuw mogelijk maken. Dat mag besproken worden. Maar kunnen we eerst stoppen met doen alsof een werknemer zonder attest automatisch op café zit?
Er waart een nieuw gevaar door de Belgische bedrijven. Het bevindt zich niet in de directiekamer. Het staat niet in een Excelbestand van McKinsey. Het komt niet binnen via een fiscale constructie op de Kaaimaneilanden.
Het ligt thuis. Onder een dekentje. Met koorts. Of misschien zonder koorts. Want dat weten we niet. En precies dát is het probleem.
De baaldag is terug. Althans, volgens de politieke woordenschat. N-VA-Kamerfractieleider Axel Ronse wil werkgevers onder voorwaarden opnieuw de mogelijkheid geven om vanaf de eerste ziektedag een medisch attest te verlangen. Volgens het voorstel zou dat deel uitmaken van een breder verzuimbeleid. Werknemers met herhaald kort verzuim zouden ook voor een verzuimgesprek kunnen worden opgeroepen.
Daarover kan een serieus debat worden gevoerd. Alleen moeten we daarvoor eerst één patiënt behandelen: de taal. Want België kent helemaal geen wettelijk recht op een baaldag.
Helaas, maandag blijft een werkdag
Wie ’s morgens wakker wordt, naar de wekker kijkt en denkt vandaag heb ik er echt geen goesting in, heeft daarmee geen arbeidsrechtelijk wonder verricht.
Sinds 2026 bestaat er voor werknemers, wanneer in hun onderneming normaal een attestplicht geldt, tweemaal per kalenderjaar een vrijstelling van het medisch attest voor de eerste dag van een arbeidsongeschiktheid. Dat kan een ziekteperiode van één dag zijn of de eerste dag van een langere ziekteperiode.
Het sleutelwoord is niet baal. Het sleutelwoord is arbeidsongeschiktheid. Dat onderscheid lijkt semantisch, maar het is politiek behoorlijk belangrijk. Wie de regeling een attestvrije ziektedag noemt, vertelt wat de wet doet. Wie haar een baaldag noemt, vertelt alvast waarom de werknemer volgens hem thuisblijft.
De werknemer is dan niet meer iemand die zegt ziek te zijn zonder daarvoor onmiddellijk een dokter als getuige mee te brengen. Hij wordt iemand die vermoedelijk geen zin heeft om te werken.
Een medisch probleem wordt zo met één woord een karakterprobleem. Dat is efficiënte communicatie. Wij zouden ze zelfs durven omschrijven als administratieve geneeskunde: de diagnose wordt gesteld vóór de patiënt onderzocht is.
De huisarts als stempelautomaat
Daarachter zit een merkwaardig idee over geneeskunde. Stel: iemand wordt maandagochtend wakker met koorts, diarree, migraine of een stevige luchtweginfectie. Hij vermoedt dat hij dinsdag alweer kan werken.
Wat willen we precies bereiken door hem maandag naar een huisarts te sturen?
De dokter onderzoekt hem en schrijft: JA, DEZE MENS IS INDERDAAD ZIEK. Stempel. Handtekening. Gefeliciteerd. De werknemer heeft nu officieel toestemming gekregen om zich ellendig te voelen.
Dat betekent niet dat controle zinloos is. Herhaald kort verzuim kan voor een werkgever een reëel organisatorisch probleem zijn. Fraude en misbruik bestaan eveneens. Een werkgever moet daarover een beleid kunnen voeren. Maar daaruit volgt niet automatisch dat iedere zieke werknemer opnieuw langs de huisarts moet passeren om zijn onschuld administratief te bewijzen.
En daarvoor hoeven we geen revolutionair arbeidersparadijs te bezoeken. We kunnen gewoon de trein naar Nederland nemen.
Alarm: Nederlanders blijken ook ziek te worden
Nederland organiseert ziekteverzuim fundamenteel anders. De behandelende huisarts heeft daar normaal niet de rol om voor de werkgever te verklaren dat zijn eigen patiënt arbeidsongeschikt is. Die medische beoordeling behoort in beginsel tot het terrein van de bedrijfsarts. Werkgevers moeten zich voor de begeleiding van zieke werknemers laten ondersteunen door een bedrijfsarts of arbodienst.
Bij ziekte en re-integratie bestaan vervolgens procedures, verantwoordelijkheden en mogelijkheden tot beoordeling.
Nederland heeft dus geen systeem waarin iedere kort zieke werknemer eerst bij zijn huisarts een toegangsticket tot het ziekbed moet ophalen. En toch is de Nederlandse economie nog niet ingestort.
Wij hebben het nagekeken. De fietsen rijden nog. De havens zijn open. Er wordt kaas geproduceerd. Zelfs de treinen rijden af en toe.
Geen briefje is niet hetzelfde als geen controle
Er worden namelijk twee verschillende vragen door elkaar gehaald. De eerste is: moet een werknemer die één dag ziek is daarvoor een attest van zijn behandelende arts halen? De tweede is: moet een werkgever iets kunnen ondernemen bij twijfel, opvallend frequent kort verzuim of mogelijke problemen op de werkvloer?
Dat zijn niet dezelfde vragen. Nederland laat zien dat je het eerste kunt beperken zonder het tweede af te schaffen. De bedrijfsarts speelt daar juist een belangrijke rol bij ziekte en re-integratie.
Dat is interessant, want het verschuift de discussie van wantrouwen naar beleid. Wanneer iemand één keer griep heeft, laat hem uitzieken. Wanneer iemand voortdurend kort uitvalt, voer dan een gesprek. Is er twijfel over arbeidsongeschiktheid, organiseer medische controle via iemand wiens taak dat daadwerkelijk is. En wanneer op één afdeling opvallend veel mensen uitvallen, stellen wij zelfs een bijzonder radicaal experiment voor: vraag eens wat er op die afdeling gebeurt.
Misschien is de werknemer niet altijd het probleem
Want ziekteverzuim ontstaat niet in een maatschappelijk vacuüm. Werkdruk, fysieke belasting en arbeidsomstandigheden kunnen ermee samenhangen. Nederlandse gegevens laten bijvoorbeeld aanzienlijke verschillen in ziekteverzuim tussen sectoren zien. Factoren als hoge werkdruk, fysiek zwaar werk, beperkte autonomie en blootstelling aan besmetting kunnen daarbij een rol spelen.
Dat bewijst uiteraard niet dat iedere ziekmelding door de werkgever wordt veroorzaakt. Net zo min als een stijging van eendaagse afwezigheden bewijst dat werknemers collectief hebben ontdekt dat dinsdag ideaal is om Netflix te kijken.
Correlatie is geen doktersbriefje.
Het Nederlandse ongemak
Nederland organiseert ziekteverzuim zonder van het attest van de behandelende huisarts vanaf dag één het centrale bewijsstuk te maken. Toch functioneert daar een uitgebreid systeem van verzuimbegeleiding, medische beoordeling en re-integratie.
Daaruit mogen we niet concluderen dat Nederland dankzij het ontbreken van Belgische huisartsattesten beter presteert. Verschillende landen hebben andere arbeidsmarkten, ziekteverzekeringen, registratiesystemen en definities. Een eenvoudige vergelijking bewijst geen causaal verband.
Maar Nederland bewijst wel iets beperkters en interessants: een samenleving kan ziekteverzuim organiseren zonder van het huisartsattest vanaf dag één het centrale bewijsstuk te maken. Het ontbreken van zo’n briefje betekent niet automatisch dat werkgevers machteloos zijn.
Daarmee verdient het Belgische debat een betere vraag dan: Hoe verhinderen we baaldagen?
De betere vraag is: welk systeem onderscheidt ziekte, problematisch frequent verzuim en daadwerkelijk misbruik het best, met zo weinig mogelijk nutteloze bureaucratie voor werknemer, werkgever én gezondheidszorg?
Dat klinkt helaas minder goed in een krantenkop. Onze excuses.
De studiedienst stelt daarom de omgekeerde baaldag voor
Omdat geen enkel DNB-opiniestuk compleet is zonder een institutionele hervorming waarvoor niemand gevraagd heeft, presenteert de Studiedienst van Nieuw-Brabantse Belangen hierbij de Omgekeerde Baaldag.
Het principe is eenvoudig: als herhaald kort ziekteverzuim voldoende reden is om de werknemer ter verantwoording te roepen, dan moet herhaald ziekteverzuim ook voldoende reden zijn om eens naar de werkgever te kijken.
Telkens wanneer een werknemer voor één dag naar de huisarts wordt gestuurd uitsluitend om zijn werkgever schriftelijk te bevestigen dat hij inderdaad ziek was, krijgt de huisarts daarom het recht een attest terug te sturen:
WERKNEMER MEDISCH ONDERZOCHT. OORZAAK VAN DEZE CONSULTATIE: ADMINISTRATIE.
Maar we gaan verder. Wanneer binnen een onderneming herhaald kort ziekteverzuim voorkomt, houden we niet automatisch alleen de werknemer tegen het licht. Misschien kunnen arbeidsomstandigheden namelijk ook ziekmakend zijn.
Drie attesten: werkgeversverzuimgesprek
Na drie relevante ziekteattesten wordt de werkgever uitgenodigd voor een verplicht werkgeversverzuimgesprek.
Tijdens dat gesprek wordt onderzocht of werkdruk, uurroosters, personeelstekorten, fysieke belasting, nachtwerk, psychosociale belasting, gebrekkige autonomie of andere arbeidsvoorwaarden een rol kunnen spelen bij het ziekteverzuim.
De werkgever krijgt vervolgens de gelegenheid uit te leggen welke maatregelen hij zal nemen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en toekomstig verzuim te voorkomen.
Niet om werkgevers te straffen, uiteraard. Wel om problemen tijdig te detecteren en verzuim waar mogelijk te voorkomen. Wij hebben die formulering ergens gehoord en vonden ze uitstekend.
Vier attesten: werkgeversmalus
Na vier attesten wordt het ernstiger. Wanneer blijkt dat structurele problemen op de werkvloer niet worden aangepakt, moeten ook sancties mogelijk zijn. Want als een werknemer financieel kan worden geraakt omdat hij niet meewerkt aan een verplicht verzuimgesprek, is het moeilijk uit te leggen waarom een werkgever die weigert aantoonbare problemen aan te pakken uitsluitend een nieuwe PowerPoint zou moeten maken.
Vanaf vier attesten volgt daarom de werkgeversmalus.
Welke sanctie precies passend is, laten we graag onderzoeken door een commissie van arbeidsartsen, werknemersvertegenwoordigers en – omdat België België blijft – maximaal één consultant. Maximum twintig slides. Liggend formaat. Geen animaties.
Vertrouwen is geen afwezigheid van controle
Onder de humor zit een serieuzer punt. Werkgevers hebben een legitiem belang bij voorspelbare personeelsbezetting. Collega’s ondervinden de gevolgen wanneer iemand herhaaldelijk onverwacht afwezig is. Misbruik van ziekteverlof hoeft niet geromantiseerd te worden.
Maar werknemers hebben eveneens een legitiem belang bij een systeem waarin ziekte niet onmiddellijk wordt behandeld als een vermoedelijk disciplinair vergrijp. Controle en vertrouwen zijn geen tegenpolen. Een verstandig systeem controleert wanneer daar aanleiding toe bestaat. Een wantrouwig systeem verlangt van iedereen voortdurend bewijzen omdat iemand misschien misbruik zou kunnen maken.
Dat verschil gaat uiteindelijk over meer dan een papiertje. Het gaat over hoe we naar arbeid kijken. Is de werknemer in de eerste plaats een volwassen persoon die geacht wordt de waarheid te spreken totdat er redenen bestaan om daaraan te twijfelen? Of is hij een potentiële baaldagfraudeur die eerst langs dokter, loket en HR moet passeren voordat zijn hoofdpijn institutioneel erkend kan worden?
Wij kiezen hier geen medische diagnose. Daarvoor hebben we geen diploma. Maar één diagnose durven we zonder ziektebriefje wel te stellen:
De baaldag bestaat niet.
Er bestaan zieke werknemers. Er bestaat misbruik. Er bestaat controle. En er bestaat een politiek debat over hoe we die drie uit elkaar houden. Misschien kunnen we dát debat voeren zonder iedere zieke werknemer die een dag ziek thuisblijft verbaal tot profiteur te promoveren.
Ziek zonder briefje is nog altijd ziek. Wie misbruik wil bestrijden, moet misbruik controleren — niet ziekte hernoemen tot een baaldag.
Bekijk de originele krantenpagina

