DE NIEUWE BRABANDER
Stop met zeggen dat er geen geld is. Zeg gewoon waar je het niet meer aan wilt uitgeven.
We zagen het onlangs nog bij De Lijn. Zelfs het vervoer van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs kwam in het vizier van een besparingsoperatie, al werd die ingreep na protest teruggedraaid. Tegelijk blijven uitgaven voor nutteloze regionale luchthavens overeind. Dat levert de wrange grap op dat we de kinderen misschien beter met de helikopter naar school kunnen brengen. Maar het leerlingenvervoer is slechts een klein voorbeeld van een veel groter probleem.
Want voor grote politieke prioriteiten blijken miljarden wél mogelijk. De officiële bouwkost van Oosterweel bedraagt inmiddels 10 miljard euro en worden uit de begroting gehouden. Voor Defensie heeft België een traject vastgelegd van 2 procent van het bbp vanaf 2025, met in de Strategische Visie een stijging naar 2,5 procent in 2034. Zodra de politiek iets prioritair vindt, wordt niet langer gevraagd of er geld is. Dan wordt gezocht hoe het gefinancierd kan worden.
Dat is precies waarom de mantra dat er “geen geld meer is” zo misleidend is. Een begroting is geen natuurverschijnsel. Ze is een keuze. Wie miljarden voor het ene vrijmaakt en op het andere bespaart, heeft niet ontdekt dat voor het ene mysterieuze geldvoorraden bestaan. Hij heeft prioriteiten bepaald.
Ook de politiek zelf mag onder de loep
Onze studiedienst bracht eerder de kosten van parlementen, kabinetten, partijfinanciering en andere politieke structuren samen en kwam op een bruto-orde van grootte van ongeveer 969 miljoen euro per jaar. Dat is een eigen raming uit verschillende begrotingen en jaren, geen officiële geconsolideerde rekening, die bestaan trouwens niet, en al helemaal geen bedrag dat morgen integraal kan worden geschrapt. Maar over een legislatuur spreken we wel over miljarden.
Wie een busrit, subsidie of sociale uitkering tot achter de komma wil doorlichten, mag dus ook vragen hoeveel politieke infrastructuur België werkelijk nodig heeft. En hoeveel dat mag kosten.
Dat geldt zeker voor de partijfinanciering. In 2025 ontvingen de Belgische politieke partijen gezamenlijk 86,5 miljoen euro subsidies, terwijl hun gezamenlijke eigen vermogen opliep tot ongeveer 122 miljoen euro. N-VA alleen bezat 26,9 miljoen euro eigen vermogen. De partij verdiende dat jaar bovendien ongeveer 604.000 euro aan de verhuur van kantoorruimte in haar Brusselse hoofdkwartier.
Publieke partijfinanciering heeft een goede democratische reden: niemand heeft belang bij partijen die financieel afhankelijk worden van enkele rijke donoren of bedrijven. Maar wanneer partijen gezamenlijk meer dan honderd miljoen euro vermogen hebben opgebouwd, mag wel worden gevraagd hoeveel publieke financiering nog werkelijk noodzakelijk is.
En wanneer Jan Jambon commerciële activiteiten van ziekenfondsen en andere vzw’s fiscaal tegen het licht wil houden, ligt ook daar een eenvoudige consequentie voor de hand: dan moet dat ook voor de politiek. Een politieke vzw die kantoorruimte verhuurt evenzeer.
Een bestuurlijke machine die blijft groeien
Het fundamentele probleem is niet alleen dat onze politiek veel geld kost. Het is dat België een bestuurlijke machine heeft gebouwd waarin geld verdwijnt in een opeenstapeling van parlementen, regeringen, provincies, kabinetten, administraties, overlegorganen en consultants. Allemaal met hun eigen gebouwen en hofhouding.
Na zes mislukte Vlaamse staatshervormingen hebben we geen eenvoudige staat gekregen. België telt vandaag drie gemeenschappen, drie gewesten en tien provincies, naast het federale en lokale niveau. Bevoegdheden werden telkens opnieuw verdeeld, gesplitst en overgedragen. Het resultaat is een systeem waarin de burger soms minder behoefte heeft aan een ambtenaar dan aan een grondwetspecialist om te begrijpen wie waarvoor verantwoordelijk is.
Wij tellen negen parlementaire assemblees en tien provinciale politieke structuren: negentien politieke machtscentra, nog vóór de gemeentelijke besturen worden meegeteld. En dan tellen we nog niet alle intercommunales met al hun vergaderingen met steek… Euh excuus zitpenningen mee.
Een staatshervorming bovendien waarbij bevoegdheden die Vlaams worden razendsnel achteruitgaan – kijk maar naar het onderwijs. Meer Vlaanderen is dan ook geen oplossing maar eerder het probleem. Na zes staatshervormingen is het daarom tijd om niet aan een zevende Vlaamse staatshervorming te beginnen. Nee, het is tijd voor tabula rasa.
De Lohengrin-omwenteling
Wij stellen de Lohengrin-omwenteling voor. De gemeenschappen, de huidige gewesten en de provincies verdwijnen als afzonderlijke politieke bestuursstructuren. In hun plaats komen een beperkt aantal grotere historische regio’s – Brabant, Vlaanderen, Luik en andere nog precies af te bakenen regio’s, met daarboven één federale overheid. Het uitgangspunt is radicaal eenvoudig: wanneer een bevoegdheid verhuist, moet er deze keer ook daadwerkelijk iets verdwijnen.
Niet voor de zevende keer de bevoegdheden herschikken. De politieke machine zelf herschikken. Het doel is volgens ons van de huidige negentien parlementaire en provinciale machtscentra naar hooguit zes bovenlokale politieke structuren te gaan. Politieke besparing zorgt bovendien ook voor meer politieke slagkracht.
Maximum één PowerPoint per probleem
En dan komen we onvermijdelijk bij een andere Belgische groeisector: consultancy. Daarom bevat de Lohengrin-omwenteling alvast één hervorming waarvoor geen zesde staatshervorming, grondwetswijziging of bijzondere-meerderheidswet nodig is: maximum één PowerPoint per probleem. Als een probleem na 83 slides, vier stuurgroepen, twee externe rapporten, een stakeholderbevraging en een strategische roadmap nog altijd niet kan worden uitgelegd, is het misschien tijd om geen nieuwe consultant te bellen. Misschien moet iemand gewoon een beslissing nemen.
Het gaat uiteindelijk over een overheid die burgers telkens zegt dat alles efficiënter moet, terwijl ze zelf blijft functioneren binnen een institutionele constructie waarvan de complexiteit zelden fundamenteel ter discussie wordt gesteld. Daarom is minder partijdotatie alleen niet genoeg. Kleinere kabinetten zijn niet genoeg. Minder consultants zijn niet genoeg.
Niet besparen op de burger om de machine te behouden. De machine vereenvoudigen voordat opnieuw bij de burger wordt aangeklopt. Niet meer Vlaanderen maar meer Brabant.
Bekijk de originele krantenpagina

